Boiler additieven

Met name zware stookolie bevat verontreinigingen die boiler corrosie, vervuiling en zure emissies veroorzaken.

Natrium en vanadium hebben de neiging om complexe afzettingen te vormen met een laag smeltpunt die de zich afzetten op de wanden van de verbrandingskamer van de boiler. Dit vermindert de warmteoverdracht en zorgt voor meer corrosie. De toevoeging van MgO in de verbrandingskamer zorgt voor de vorming van magnesium vanadaten met een hoog smeltpunt die zacht en bros zijn en daardoor eenvoudig te verwijderen.

Een deel van de in de stookolie aanwezige zwavel wordt geoxideerd tot zwaveltrioxide in het verbrandingsproces en dit reageert met waterdamp als het rookgas afkoelt waarbij zwavelzuur wordt gevormd. Zwavelzuur veroorzaakt corrosieproblemen en kan ook condenseren op de koolstof aanslag in de schoorsteen. Dit wordt vervolgens weer meegevoerd in de rookgassen en wordt uitgestoten als zure deeltjes die schade kunnen veroorzaken als zij bijvoorbeeld op auto’s terecht komen. Het toevoegen van magnesiumhydroxide poeder in het rookgas neutraliseert het zwavelzuur.

Additieven die gebaseerd zijn magnesium hebben elektriciteitscentrales in staat gesteld om te werken met:

  • Hogere oververhitte stoom temperaturen, dus hogere efficiency zonder ernstige storing en corrosieproblemen
  • Lagere temperatuur van het rookgas dat naar buiten gaat zonder ernstige air pre-heater verstopping en corrosie en minimale zure emissies.

De type producten die worden gebruikt zijn:

  • Magnesiumoxide gedispergeerd in lichte stookolie wordt geïnjecteerd in de verbrandingskamer om afzettingen te veranderen en de katalytische activiteit van vanadium verbindingen te verminderen. Deze verbindingen bevorderen de omzetting van SO2 naar SO3.
  • Magnesiumhydroxide poeder met een kleine deeltjesgrootte wordt gewoonlijk geinjecteerd in het ‘’koude einde’’ van de boiler, bijvoorbeeld in de inlaat van de luchtverwarmer. Dit minimaliseert corrosie bij lage temperatuur en voorkomt zure emissies.

banner